SIGNEREN

Gisteren twee november heb ik gesigneerd op de Boekenbeurs. Ik had een nieuwe balpen bij me (’s morgens uitgetest) en een nieuw zwart hemd (met motiefjes) aangetrokken. Had het aan mijn pen en mijn hemd gelegen, dan had er waarschijnlijk een lange rij wachtenden aan mijn tafel gestaan. Stand 105 bevindt zich op het einde van Zaal 1, waar de doorgang naar Zaal 4 is en waar ingang/uitgang 2 nabij is. Zo bekeken was het mogelijk geweest dat er een rij op mijn signatuur beluste wachtenden gestaan had, die zich tot buiten meanderde: de voorbode van een tweede druk. In werkelijkheid was het heel kalm. Toen ik het voorbijstruinende publiek in de ogen keek, was het me vrij snel duidelijk dat de taalkundigen onder de Belgen gisteren thuisgebleven waren. En de niet-taalkundigen met taalkundige interesse eveneens. Naast mij zat Christina van Geel. Ook voor haar doelpubliek was 2 november blijkbaar niet de meest geschikte dag. Toch mocht ik een aantal keer mijn urenlang ingeoefende handtekening zetten. Het gekste was wel, wanneer een quasinaamgenoot mijn boek kocht omdat we bijna dezelfde naam hebben. Hij zei (ik had de man nog nooit gezien en nog nooit gehoord): ‘Schrijf maar op: voor Jo, mijn allerbeste vriend.’

Een ervaring was het signeren echter wel: een ervaring om daar in Antwerpen in de Boekenbeurs te zitten en een ervaring om bekeken te worden met de kijk-daar-zit-een-auteurblik. 

Stinkenofblinken?

50% stinken en 50% blinken.